all works

34 works in Donemus catalogue

popular works

24 capriccio's voor viool solo

Genre: Chamber music
Subgenre: Violin
Instruments: vl

NL Real Book (voor C-instrumenten) / ed.: Walter van de Leur ; Maarten van der Grinten ; Michael Moore et al.

Genre: Chamber music
Subgenre: Variable instrumentation
Instruments: variabel

NL Real Book (voor Es-instrumenten) / ed.: Walter van de Leur ; Maarten van der Grinten ; Michael Moore et. al.

Genre: Chamber music
Subgenre: Variable instrumentation
Instruments: variabel

latest edition

Hapsap : for ensemble / Willem Breuker

Genre: Orchestra
Instruments: fl sax-s sax-a sax-t 2trp 2trb pf cb d

 

composer

Breuker, Willem

Nationality: Netherlands
Date of birth: 1944-11-04
Date of death: 2010-07-23
Website: Officiële website

In the early sixties Willem Breuker (Amsterdam, 4 November 1944 – Amsterdam, 23 July 2010) embarks upon a tempestuous career, both in the Netherlands and abroad. Initially he latches on to the American free jazz, but he then develops completely new forms of composing, making music and musical theater. Characteristic for his work is the combination of composition and improvisation, the synthesis of genres and styles hitherto considered irreconcilable, and incorporating spectacular visual elements – all of this seasoned with large doses of irony, satire and humor. It also shows from the titles of his pieces: Tussen de Dijen van een Mokkel (Between the Thighs of a Broad), Driebergen-Zeist (the name of a railway station), De Vuyle Wasch (The Dirty Laundry – in an archaic spelling), Aanpakken en Wegwezen (Take On and Get Out). Breuker composes and arranges music for small and large ensembles – including symphony orchestras, concert wind bands, mandolin orchestras – but also for carillon, barrel organ and ships' horns. He writes soundtracks for films and incidental music for the theater. In 1967 he is co-founder of the Instant Composers Pool. In 1974 he starts his own record label, BVHaast. The same era also sees the formation of the Willem Breuker Kollektief, which he will continue to lead for 36 years. Breuker is a highly original concert promoter and programmer. For years he takes up various positions in Dutch music life: chairman of the Stichting Jazz In Nederland (Dutch Jazz Foundation), co-founder of the Bimhuis, member of the board of the Nationaal Jazz Archief (later Nederlands Jazz Archief – Dutch Jazz Archive- now part of the Muziek Centrum Nederland) which he helped to found. The critical acclaim for his music shows from a series of number one positions in the International Critics Poll of American jazz magazine Down Beat (1986-1991), a dozen awards, including the Wessel Ilcken Prijs 1970, the Boy Edgar Prijs 1993 (the two major Dutch jazz awards), and the Ehrenurkunde der Deutsche Schallplattenindustrie (2005). In 1992 Françoise and Jean Buzelin's biography 'Willem Breuker' is published in France, followed by a Dutch edition two years later: Willem Breuker: Maker van Mensenmuziek. His curriculum vitae and his oeuvre are both so extensive (over 500 works, over 100 albums) that a complete survey is out of the question here.

1944 - 1965

Breuker groeit op in Amsterdam-Oost, het stadsdeel waar hij ook de rest van zijn leven zal wonen. Hij is gefascineerd door stadsgeluiden: draaiorgels, straatventers, brandweersirenes, trams, carillons, burenruzies. Zijn interesse gaat uit naar jazz én naar componisten als Edgard Varèse, John Cage, Charles Ives, Arnold Schönberg, Willem Pijper. Op de Amsterdamse Volksmuziekschool krijgt hij klarinetles van Ab van der Molen. Hij maakt snelle vorderingen en begint met improviseren en componeren. Vanaf 1963 manifesteert hij zich geregeld op jazzconcoursen, waar hij de aandacht trekt van juryleden als Michiel de Ruyter, Theo Loevendie en Misha Mengelberg. Een aantal keren wint hij de solistenprijs. In 1965 neemt hij met de groep Free Jazz Incorporated - waarin pianist Piet Kuiters - deel aan het Loosdrecht Jazz Concours, wat bij publiek, jury en organisatie (Max van Praag!) tot heftige reacties leidt.

1966

Via slagwerker en freejazz-pionier Pierre Courbois komt Breuker in contact met de Duitse multi-instrumentalist Gunter Hampel, een sleutelfiguur in een Europees netwerk van avantgarde-muzikanten. Hampel neemt Breuker op in zijn kwartet; het begin van een jarenlange samenwerking. In juli maken ze een internationale tournee naar onder meer Tunesië en België (het jazzfestival van Comblain-la-Tour). Pianist Misha Mengelberg en slagwerker Han Bennink, beiden spelend in het succesvolle Mengelberg/Noordijk-kwartet (postbop), tonen grote belangstelling voor de in totale vrijheid opererende jonge muzikant. Ze laten hem incidenteel altist Piet Noordijk vervangen en ook wel als vijfde man meespelen. De spanningen die hierdoor ontstaan, leiden tot het vertrek van Noordijk en bassist Rob Langereis uit de groep. Het resterende driemanschap Breuker, Mengelberg en Bennink zal snel opschudding veroorzaken in de Nederlandse jazzwereld. In juli nodigt Boy Edgar Breuker uit voor een gastoptreden met Boy's Big Band in het Holland Festival. Diezelfde maand doet Breuker voor de tweede maal mee aan het Loosdrecht Jazz Concours. Hij zet een groot orkest neer voor de uitvoering van zijn Litany For The 14th Of June, 1966. De hierin gedeclameerde teksten zijn afkomstig uit krantenknipsels over de ongeregeldheden in Amsterdam op 14 juni 1966, bekend onder de naam Telegraaf-oproer. In de eindronde speelt het grote orkest Breukers Time Signals And Sound Density, uitgevoerd door 23 in groepen verdeelde spelers. Evenals Litany is de muziek deels uitgeschreven, deels geïmproviseerd, waarbij met name de stijl van de geschreven passages aanhangt tegen die van de gecomponeerde kunstmuziek. Het spektakelstuk omvat elkaar uitdagende en bestrijdende groepen muzikanten, heen en weer geloop, politiefluitjes, geplande chaos en ordeverstoringen. Deze voor Loosdrecht ongekende taferelen, live op televisie uitgezonden, bewerkstelligen de definitieve doorbraak van de 21-jarige Breuker. In september maakt Breuker zijn plaatdebuut als gastsolist op de LP Finch Eye van Boy's Big Band. Enkele weken later maakt hij onder eigen naam Contemporary Jazz From Holland: Compositions and arrangements by Willem Breuker played by his Orchestra '66 and his Quintet (Relax 33004). Vier stukken voor orkest (waaronder Time Signals en een derde versie van Litany) en vier voor de kwintetbezetting Breuker, Mengelberg, Victor Kaihatu en Dick van der Capellen (bas), Pierre Courbois (drums). De kwintetstukken staan dicht bij de Amerikaanse freejazz. In het grote orkest spelen zowel jazzmuzikanten als muzikanten uit de klassieke wereld. De muziek is een combinatie van atonale, niet-jazzgerelateerde compositie en freestyle improvisaties. Immers: 'Compositie en improvisatie zijn voor mij twee kanten van dezelfde zaak', aldus Breuker. De Duitse jazzcriticus Joachim E. Berendt produceert in december 1966 een opname van het orkestwerk Globe Unity van pianist Alexander von Schlippenbach. In het orkest zit Breuker naast de opkomende voormannen van de Europese improvisatiemuziek: Gunter Hampel, trompettist Manfred Schoof, de saxofonisten Peter Brötzmann en Gerd Dudek. De titel van het ESP-album Assemblage - Music From Europe (opgenomen 21 december 1966) weerspiegelt het ontwaakte zelfbewustzijn van de Europese, zich van Amerikaanse voorbeelden losmakende avantgarde. Breuker speelt hier samen met leider Gunter Hampel, bassist Piet-Hein Veening en Pierre Courbois. A Film For Lucebert markeert het begin van een langdurige samenwerking tussen Breuker en cineast Johan van der Keuken.

1967 - 1973

In de zomer van 1967 richten Mengelberg, Bennink en Breuker een belangenvereniging voor improviserende muzikanten op, tevens het eerste Europese onafhankelijke platenlabel: de Instant Composers Pool, ICP. De eerste plaat is New Acoustic Swing Duo (december 1967), genoemd naar het gelijknamige duo Breuker/Bennink. Veel opzien baart het op de Dam in Amsterdam uitgevoerde Lunchconcert Voor Drie Draaiorgels (augustus 1967). Breukers speciaal gecomponeerde draaiorgelmuziek druist in tegen alle conventies en verwachtingspatronen jegens het populaire straatinstrument - een werkwijze waarmee hij onlosmakelijk verbonden blijft. Zijn internationale netwerk breidt zich intussen gestaag uit. Hij werkt met trombonist Willem van Manen, de bassisten Maarten Altena en Arjen Gorter, gitarist Derek Bailey, de rietblazers Evan Parker, John Tchicai en Peter Brötzmann. In het Peter Brötzmann Octet speelt hij mee op Machine Gun (mei 1968), een album dat cultstatus zal verwerven in het domein van de Europese vrije geïmproviseerde muziek. Breuker ontwikkelt een geheel nieuwe vorm van muziektheater. Muzikanten fungeren tevens als acteurs, alle denkbare muziekgenres komen voor en zijn hiërarchisch gelijkgeschakeld, de mise-en-scène is spectaculair en hoogst origineel, humor, spot en ironie hebben een belangrijk aandeel. Niet zelden is de inhoud gerelateerd aan (muziek)politieke en maatschappelijke onderwerpen. Soms op eigen tekst maar ook in samenwerking met verschillende schrijvers en regisseurs en met producent de Theaterunie ontstaan Het leven van Wolfgang-Amadeus Mozart (1969), The Message (1970), Kaïn en Abel (1972), Het paard van Troje gaat op vakantie (1973) en Oltre tomba (1973). Voor toneel componeert Breuker muziek bij onder meer De Ruiters van Aristophanes (1968) en Baal van Bertolt Brecht (1973). Ook cineast Johan van der Keuken kan blijven rekenen op scores voor zijn nieuwe films. In 1972 levert Breuker personeel voor het door componist Louis Andriessen opgerichte 'alternatieve' en 'politieke' orkest De Volharding. De muzikanten - voornamelijk blazers, onder wie Breuker zelf (tot eind 1974) - hebben heterogene achtergronden en voeren hun niet-categoriseerbare, speciaal voor hen geschreven dan wel gearrangeerde muziek uit op allerlei ongebruikelijke locaties, bij voorkeur buiten de reguliere concertpodia. Eind 1973 stapt Breuker uit ICP, wegens cumulerende botsingen van meningen en karakters tussen hem en medeoprichters Mengelberg en Bennink. 'Drie zulke eigenwijze klootzakken, dat gaat te ver', zegt Breuker hierover.

1974 - 1998

In de loop van 1974 formeert Breuker het Willem Breuker Kollektief (WBK), een orkest van tien of elf man, bestaande uit blazers, piano, bas en drums. Het werken met dit stabiele, in homogeniteit snel groeiende orkest wordt Breukers kernactiviteit, overigens naast een veelheid van andere bezigheden. Bassist Arjen Gorter, drummer Rob Verdurmen, trompettist Boy Raaymakers en trombonist Bernard Hunnekink, vanaf de oprichting betrokken, maken tot Breukers dood deel uit van de bezetting. Pianist (tot 1980) is Leo Cuypers, met wie Breuker ook in duo gaat spelen. Dit tweetal richt in 1974 een nieuw, onafhankelijk platenlabel op, BVHaast. In enkele decennia bouwt BVHaast een indrukwekkende catalogus op met sterk uiteenlopende soorten muziek. Zowel actuele als oudere, op improvisatie gebaseerde alsook gecomponeerde stukken. Breukers smaak en interesse zijn daarbij de criteria. Een kleine greep: Misha Mengelberg, Louis Andriessen, Konrad Boehmer, Bruno Maderna, Greetje Bijma, Boy Edgar, Toon van Vliet, Conlon Nancarrow, Hanns Eisler, Alphons Diepenbrock, George Antheil, Igor Stravinsky, Charles Ives. Het WBK onderneemt in 1975 zijn eerste buitenlandse tournee. Het fulltime-orkest groeit op den duur toe naar een concertagenda van gemiddeld 85 optredens per jaar met een geografische spreiding over alle continenten. Vooral de geregelde tournees door de Verenigde Staten zijn keer op keer succesvol: 'In concert the music of the Willem Breuker Kollektief defies description in its beauty, its hilarity, its mad vitality, its power to compel [...] one rarely encounters European jazzmen who are able to use their own roots so thoroughly and effectively', aldus een recensent. In het concept van het WBK spelen de volgende elementen een rol: de afwisseling tussen uitgeschreven ensemblespel en improvisatie; de combinatie van alle denkbare stijlen en genres uit heden en verleden, niet alleen binnen een concertprogramma maar ook wel binnen één stuk; contrastrijke schakelingen en verrassingseffecten; naast auditief ook visueel spektakel, zij het in latere decennia in afnemende mate; een hoge doorloopsnelheid zonder adempauzes - stukken gaan vaak naadloos in elkaar over en worden niet aan- of afgekondigd; humor en ironie; buiten de stukken van Breuker - en incidenteel van andere Kollektiefleden - staan stukken en arrangementen van gevestigde componisten op het programma: Kurt Weill, Gershwin, Ferde Grofé, Sweelinck, Rameau, Ravel. De artiesten met wie het WBK op projectbasis samenwerkt weerspiegelen de veelzijdigheid van Breuker en zijn orkest: de vocalisten Greetje Kauffeld, Loes Luca, Denise Jannah, Gisela May, Hans Dorrestijn; Slagwerkgroep Den Haag, Mondriaan Strings; de cabaretiers Albert Mol en Freek de Jonge; entertainer Toby Rix; hoboïst Han de Vries; cellist Yo-Yo Ma; kunstfluiter Geert Chatrou. Het WBK richt zich uitdrukkelijk niet op een select publiek van fijnproevers in enig gevestigd genre. De toegankelijkheidsdrempel is laag door het ontbreken van highbrow pretenties én door het stijlgemiddelde van de muziek, waarin taal en idioom van de zogenaamde lichte muziekgenres - tango, schlager, mars, circuskabaal - een belangrijk aandeel hebben. 'Mensenmuziek' noemt Breuker dit. Hierin is Kurt Weill voor hem een levenslange inspiratiebron, zowel wat de muziektaal als wat de houding jegens het publiek betreft. Ook de uitvoering van Weills composities is bij Breuker in goede handen: 'Niemand spielt Musik von Kurt Weill so gut wie der Holländer Willem Breuker', schrijft Patrik Landolt in de Wochenzeitung Zürich. In 1976 organiseert Breuker zijn eerste Klap op de Vuurpijl, een hierna jaarlijks terugkerend meerdaags muziekfestival tussen kerst en nieuwjaar. In de typischs Breukeriaanse, contrastvolle programmering wisselen het WBK, jazz, contemporaine kunstmuziek, wereldmuziek en allerlei variété-acts elkaar af. De Klap wordt binnen enkele jaren een populaire Amsterdamse traditie die tot in de 21ste eeuw stand houdt. Een typerende Breukerstunt is De Wonderbaarlijke Optocht (1985). In deze muzikale optocht door Amsterdam treffen wij onder de 1500 deelnemers acrobaten, paarden, majorettes, een bejaardenkoor, een arbeiderskoor en personeel van de Stadsreiniging. Bij de grote finale op de Dam, waar Breuker de massa vanaf een hoogwerker dirigeert, is ook prins Claus aanwezig.

1999 - 2010

Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het WBK verschijnt in 1999 het boek Willem Breuker Kollektief Celebrating 25 Years On The Road (BVHaast). Dit becommentarieerde fotoalbum geeft een beeld van de muziektheaterstukken, de tournees en de concerten, en bevat twee cd's met een bloemlezing uit het oeuvre. In 2003 organiseert en programmeert Breuker het driedaagse festival Nederlandse Muziekdagen in Utrecht. Het programma weerspiegelt zijn interesse in minder bekende Nederlandse componisten zoals Peter van Anrooy, Jan Mul, Robert Heppener. De speellocatie van de deelnemende pianiste Tomoko Mukaiyama is… de goederenlift. Het voortbestaan van het WBK komt in 2008 in gevaar als de overheid besluit om, na 35 jaar, het fulltime-orkest niet langer te subsidiëren. De laatste productie van het WBK onder leiding van Breuker maakt in 2009 een toer langs de Nederlandse theaters, met gastoptredens van Annet Malherbe, Kees Prins, Hans Dorrestijn, Kees van Kooten, Loes Luca en Geert Chatrou. Het vrolijke, feestelijke programma draagt als titel: Nog Lang Niet Jarig! Breuker wordt sinds enkele jaren door gezondheidsproblemen gekweld en heeft in 2007 een levertransplantatie ondergaan. Soms is hij fysiek niet tot optreden in staat; het Kollektief speelt dan onder leiding van Bernard Hunnekink. Nadat longkanker bij hem is geconstateerd, overlijdt Willem Breuker op 23 juli 2010, 65 jaar oud. Zijn internationale faam wordt nog eens bevestigd door necrologieën in vele buitenlandse kranten, waaronder The New York Times, The Guardian, Libération, Le Monde, Frankfurter Allgemeine Zeitung en Süddeutsche Zeitung.