all works

4 works in Donemus catalogue

popular works

NL Real Book (voor C-instrumenten) / ed.: Walter van de Leur ; Maarten van der Grinten ; Michael Moore et al.

Genre: Chamber music
Subgenre: Variable instrumentation
Instruments: variabel

NL Real Book (voor Es-instrumenten) / ed.: Walter van de Leur ; Maarten van der Grinten ; Michael Moore et. al.

Genre: Chamber music
Subgenre: Variable instrumentation
Instruments: variabel

NL Real Book (voor Bes-instrumenten) / ed.: Walter van de Leur ; Maarten van der Grinten ; Michael Moore et al.

Genre: Chamber music
Subgenre: Variable instrumentation
Instruments: variabel

latest edition

NL Real Book (voor C-instrumenten) / ed.: Walter van de Leur ; Maarten van der Grinten ; Michael Moore et al.

Genre: Chamber music
Subgenre: Variable instrumentation
Instruments: variabel

 

composer

Slinger, Cees

Date of birth: 1929-05-19
Date of death: 2007-09-29

Without much ado Cees Slinger (Alkmaar, 19 May 1929 – Den Haag, 29 September 2007) is at the peak of Dutch jazz for over half a century. He is rarely interviewed and is never awarded the Boy Edgar Prijs (the major Dutch jazz award). Nevertheless he is the leader of the famous Diamond Five – at the time the foremost bop outfit in the country – and backs many visiting Americans. 'I prefer accompanying to soloing,' he says in an interview (1). But his solos are a force to be reckoned with: well thought-out curving lines, which sometimes take a direction you wouldn't expect them to take.



(1) Quotes from an interview with Jeroen de Valk from 1993 for Jazz Nu; later revised and published in the book Go Man, Go! (Van Gennep).

1950 - 1953

Slinger groeit op in een gegoed milieu. Zijn vader is directeur van een handel in bouwmaterialen. Klassieke muziek is thuis heilig, jazz vinden zijn ouders 'kattengejank'. Hij krijgt als kind enkele jaren pianoles maar blijkt niet geïnteresseerd in bladmuziek; het liefst speelt hij alles op het gehoor. Op eigen houtje vindt hij zijn eerste jazznoten op de piano. In de oorlogsjaren bivakkeert hij bij familie in Winschoten, waar hij met een neefje verder gaat met het beluisteren en naspelen van platen. Na de bevrijding speelt hij voor Canadese soldaten. Gedurende een studie op Nijenrode leidt hij een trio naar het voorbeeld van Nat 'King' Cole, waarin hij ook zingt. Daarna - Slinger volgde inmiddels een opleiding tot verzekeringsagent - belandt hij in The Diamonds, waaruit later de Diamond Five zullen voortkomen.

1954 - 1961

De jonge pianist wordt beroepsmusicus als hij wordt gevraagd voor de band van Rita Reys en Wessel Ilcken in de Amsterdamse jazzclub Sheherazade. In hun groep ontwikkelt hij zich tot een beboppianist. Aangezien Bud Powell nog te hoog is gegrepen, neemt hij voorlopig Horace Silver als voorbeeld. 'Een moderne pianist die niet te ingewikkeld speelde. Lekker funky, veel simpeler dan Bud Powell.' Hierna volgen engagementen bij Eddy Christiani, Ted Powder en Rob Pronk. In de band van Pronk stapt Slinger over op de bas, als plots de bassist vertrekt. Een jaar lang is hij fulltime bassist. Gedurende een engagement in Scheveningen ontstaan de Diamond Five. In de weekends mag Slinger zijn trio namelijk met extra muzikanten uitbreiden. Met Harry Verbeke (tenorsax) en Cees Smal (trompet, bugel, ventieltrombone) klikt het meteen. Van 1958 tot 1961 speelt de groep vrijwel avond aan avond in de Sheherazade. Slinger begint hier geregeld Amerikaanse gastsolisten te begeleiden; hij laat Stan Getz een week lang overkomen en ontvangt er de muzikanten van de Amerikaanse show Free and Easy.

1962 - 1975

Aan de Diamond Five komt een einde. De muzikanten raken op elkaar uitgekeken en de jazz verliest aan populariteit door de opkomst van de beatmuziek. Slinger besluit dat hij zich als muzikant alleen met jazz wil bezighouden en neemt een baan overdag; hij brengt het uiteindelijk tot personeelschef bij Hoogovens. In de avonduren blijft hij spelen, met name als begeleider van Ben Webster en in de diverse big bands van Boy Edgar. Dat gaat heel goed, tot zijn verantwoordelijkheden overdag toenemen. Slinger raakt overspannen, belandt in een midlifecrisis en neemt in 1974, na twaalf jaar, ontslag bij Hoogovens. Dat zorgt even voor wat rust, maar biedt geen oplossing.

1976 - 1990

Drummer Philly Joe Jones is de reddende engel als hij Slinger vraagt voor een tournee van zes weken. Slinger neemt het aanbod aan en weet hierna aan het werk te blijven als muzikant; hij is een van de huispianisten van het North Sea Jazz Festival en toert met Dexter Gordon en andere beroemdheden. Van 1979 tot 1991 doceert hij op de jazzafdeling van het Rotterdams Conservatorium.

1991 - 2007

Nadat Slinger met de vut gaat op het conservatorium, speelt hij meer dan ooit. 'Ik heb in 1991 zeker honderd keer gespeeld; met mijn trio, met Ferdinand Povel, Soesja Citroen, Bart's Bones, Frits Kaatee, Sylvia Droste, buitenlandse solisten als Jimmy Knepper en Scott Hamilton en allerlei jongens die mij los-vast wel eens bellen.' Slinger treedt in zijn laatste levensjaren steeds vaker op als bandleider en componist-arrangeur; met het sextet Just in Case en zijn kwintetten Two Tenor Case (met inderdaad twee tenorsaxofonisten) en Buddies in Soul. Hij omringt zich veelal met muzikanten die een generatie jonger zijn. Als componist is hij zeer gecharmeerd door het werk van Cedar Walton. 'Mooie stukken, mooie lijnen en precies de juiste akkoorden. Geen flauwekul maar wel heel erg swingen.'