all works

4 works in Donemus catalogue

popular works

NL Real Book (voor C-instrumenten) / ed.: Walter van de Leur ; Maarten van der Grinten ; Michael Moore et al.

Genre: Chamber music
Subgenre: Variable instrumentation
Instruments: variabel

NL Real Book (voor Es-instrumenten) / ed.: Walter van de Leur ; Maarten van der Grinten ; Michael Moore et. al.

Genre: Chamber music
Subgenre: Variable instrumentation
Instruments: variabel

NL Real Book (voor Bes-instrumenten) / ed.: Walter van de Leur ; Maarten van der Grinten ; Michael Moore et al.

Genre: Chamber music
Subgenre: Variable instrumentation
Instruments: variabel

latest edition

NL Real Book (voor C-instrumenten) / ed.: Walter van de Leur ; Maarten van der Grinten ; Michael Moore et al.

Genre: Chamber music
Subgenre: Variable instrumentation
Instruments: variabel

 

composer

Rooyen, Jerry van

Synonym: Rooijen, Gerard 'Gerry' van; Rooijen, Jerry van
Date of birth: 1928-12-31
Date of death: 2009-09-14

Jerry van Rooyen (born as Gerard van Rooijen in Rijswijk, 31 December 1928 – Goor, 14 September 2009) starts off as a trumpeter in various jazz and dance bands after WW II. As an arranger and composer he works both in the Netherlands and abroad, builds an international reputation as a band leader. He is also a charismatic teacher, who plays a major role in the development of the jazz department of Hilversum Conservatory and in jazz education in the Netherlands in general.

1947 - 1954

Als lid van het orkest De Witte Raven van Tom van der Stap treden Gerard van Rooijen en zijn broer Arie (die zich later Ack noemt) begin 1947 op in voormalig Nederlands Indië. Eind 1947 beginnen de broers hun studie trompet aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar Gerard zich tevens bekwaamt in componeren en arrangeren. Ook neemt hij enige tijd vioolles. Als tijdelijke leden van een dansorkest op een passagiersschip bezoeken de broers in 1949 in New York, waar ze in de levendige club-scene jazzhelden als Fats Navarro en Charlie Parker horen en zien spelen. Met tassen vol platen komen ze terug in Nederland, waar de opgedane New Yorkse kennis wordt ingezet, onder meer bij het Rob Pronk Boptet, een van de eerste Nederlandse bebop-formaties. Er wordt geregeld opgetreden in de Amsterdamse jazzclub Sheherazade, tot de groep eind 1951 uiteenvalt. Gerard treedt dan toe tot de big band van de in Nederland werkende Deen Boyd Bachman, die Jerry van Rooyen (zoals hij zich inmiddels laat noemen) doorgaans presenteert als zijn zoon en hem danig bij de muzikale activiteiten betrekt. Enige maanden later wordt ook broer Ack lid van de big band, die internationaal opereert. In 1954 gaat in de Haagse Club de l'Etoile het Jerry van Roy Sextet van start, met Jerry op vibrafoon en nog steeds broer Ack op trompet. Maar omdat ze daar niet echt hun eigen muziek kunnen spelen, valt het Sextet na drie maanden uit elkaar, waarna Jerry van Rooyen toetreedt tot de Wessel Ilcken Combo met Rita Reys in de Sheherazade. Na een half jaar wordt hij lid van The Ramblers van Theo Uden Masman, waarvan Ack van Rooyen dan al deel uitmaakt. Bij de Ramblers komt jazz slechts beperkt aan bod, zodat Masman op het idee komt om de gebroeders Van Rooyen en de saxofonisten Kees en Tinus Bruijn (eveneens broers) die ruimte wél te gunnen. Gecompleteerd door de ritmesectie van het orkest maken zij een LP onder de naam The Red and Brown Brothers.

1955 - 1964

Als arrangeur en muzikant werkt Jerry van Rooyen mee aan de Philips-serie Jazz Behind The Dikes (drie LP's) en aan het Bovema-project Jazz From Holland, waarop de Nederlandse moderne jazz voor het eerst in kaart wordt gebracht. Vervolgens vertrekt hij naar Frankrijk om samen te werken met orkestleider Aimé Barelli als arrangeur en trompettist. Vanwege problemen met zijn embouchure verzet hij de bakens en groeit hij al snel uit tot een veelgevraagd componist en arrangeur. Via platenmaatschappij Philips kan hij in de jaren vijftig in Parijs aan de slag als producer, waar hij bevriend raakt met Michel Legrand en Quincy Jones; een gezonde basis voor latere samenwerking. Hij wordt zelfs benoemd tot artistiek directeur van Philips Frankrijk. Hij werkt met Marlene Dietrich, Stan Getz, Max Roach, Kenny Clarke (zijn overbuurman) en vele anderen in de stad, die in die dagen een belangrijk centrum van de Europese jazz-scene is.

1965 - 1972

Van Rooyen wordt gevraagd om het orkest van de Sender Freies Berlin te gaan leiden en vestigt zich daartoe in Berlijn, waar hij tevens als componist en arrangeur voor radio en film werkt. Na daar filmproducer Pier A. Caminneci te hebben leren kennen schrijft hij muziek voor minstens zeven van diens horror- en spionagefilms. Het zijn vaak B-films, met titels als The Vampire Happening, Im Schloß Der Blutigen Begierden en Rote Lippen, Sadisterotica. Jaren later (in 1996) wordt daar door Duitse cinefielen een bloemlezing van uitgegeven op CD: Jerry van Rooyen At 250 Miles Per Hour. Ook de Engelse triphop-groep Funki Porcini maakt in 1997 gebruik van dit materiaal op een 12-inch getiteld Funki Porcini Vs Jerry van Rooyen. Samen met Peter Herbolzheimer en Dieter Reith componeert Van Rooyen de muziek voor de opening van de Olympische Spelen in 1972. Hiermee verwerft hij internationale faam; hij mag zelfs het Bundes Verdienst Kreuz in ontvangst nemen. Intussen blijft hij ook contact met Nederland onderhouden; zo stelt hij in 1971 voor het Loosdrecht Jazz Festival van de NOS de 17-koppige Festival Big Band samen, met internationale grootheden als Benny Bailey, Herb Geller, Tony Coe, Rolf Ericson, Åke Persson, Ack van Rooyen, Cees Smal, Piet Noordijk, Herman Schoonderwalt, Rob Madna, Rob Langereis en Rob Franken. Van de opname wordt het album Explosive! uitgebracht. Vijf van de negen stukken hierop zijn door Van Rooyen geschreven.

1973 - 1984

Terug in Nederland werkt Van Rooyen als producent voor de AVRO, zowel voor radio als TV (onder meer voor het radioprogramma Metro's Midnight Music). Hij wordt artistiek directeur van de jazzafdeling van de Muziek Pedagogische Academie Hilversum, later omgedoopt tot Hilversums Conservatorium. Van 1977 tot 1983 is hij producer, regisseur en adjunct-hoofd van de afdeling Lichte Muziek van de AVRO. Hij leidt diverse orkesten, waaronder vanaf 1983 The Dutch Jazz Orchestra, met zijn jeugdvriend Rob Madna. In de jaren negentig zal het orkest zich gaan toeleggen op het vertolken van veel nooit eerder opgenomen (en vaak ook nooit eerder uitgevoerde) composities en arrangementen van Billy Strayhorn. Vier daaruit voortkomende CD's oogsten wereldwijd lof.

1985 - 1994

Van Rooyen verkast opnieuw naar Duitsland. Daar wacht hem een aanstelling als dirigent en componist bij de WDR Big Band. Intussen geeft hij ook talrijke gastcolleges op Europese conservatoria. In 1987 is hij samen met zijn vriend Joop de Roo betrokken bij de totstandkoming van een CD van zangeres Greetje Kauffeld met de strijkers van het Metropole Orkest, onder leiding van Rogier van Otterloo. Het album My Romance wordt met een Edison onderscheiden. Van 1988 tot 1991 is Van Rooyen vaste gastdirigent van het Metropole Orkest; ook nadien leidt hij het orkest nog geregeld. In 1994 verschijnt bij Timeless de CD On The Scene With The Dutch Jazz Orchestra, waarop Jerry van Rooyen zich profileert als componist en dirigent.

1995 - 2009

Een hoogtepunt van het Strayhorn-project van The Dutch Jazz Orchestra is het concert in 1995 op de Ellington-Strayhorn-conferentie in Pittsburgh. Hier geeft het orkest een aantal wereldpremières van de muziek van Strayhorn ten overstaan van de familie van de componist. Van Rooyen geeft daar ook een aantal clinics met het orkest. Na zijn pensionering in 1995 wordt hij nog veelvuldig uitgenodigd voor gastcolleges en workshops op diverse conservatoria en internationale festivals, waaronder het jaarlijkse congres van de IAJE (International Association for Jazz Education) in Amerika. Na bijna tien jaar voor de WDR in Keulen te hebben gewerkt, vestigt hij zich eind jaren negentig in Enschede, waar wordt geconstateerd dat hij aan de ziekte van Parkinson lijdt. Na een muzikale carrière van vijftig jaar moet Jerry van Rooyen de laatste tien jaar van zijn leven inactief doorbrengen, grotendeels in een verzorgingshuis in Goor, waar hij op 14 september 2009 op 80-jarige leeftijd overlijdt.