all works

6 works in Donemus catalogue

popular works

NL Real Book (voor C-instrumenten) / ed.: Walter van de Leur ; Maarten van der Grinten ; Michael Moore et al.

Genre: Chamber music
Subgenre: Variable instrumentation
Instruments: variabel

NL Real Book (voor Bes-instrumenten) / ed.: Walter van de Leur ; Maarten van der Grinten ; Michael Moore et al.

Genre: Chamber music
Subgenre: Variable instrumentation
Instruments: variabel

NL Real Book (voor Es-instrumenten) / ed.: Walter van de Leur ; Maarten van der Grinten ; Michael Moore et. al.

Genre: Chamber music
Subgenre: Variable instrumentation
Instruments: variabel

latest edition

New association : for jazz quartet, 1984/1990 / Pierre Courbois

Genre: Chamber music
Subgenre: Variable instrumentation
Instruments: vibr drumset vl cb (or other instr)

 

composer

Courbois, Pierre

Nationality: Netherlands
Website: Officiële website

Pierre Courbois (Nijmegen, 23 April 1940) is, in pianist Rein de Graaff's words, 'the Miles Davis of Dutch jazz' (1). Just like Miles Davis Courbois is a forerunner of new trends, and he manages to assemble the right young musicians around him to do so. He leads the first Dutch group that engages in free improvisation: the (Original) Dutch Free Jazz Quartet. He brings jazz-rock to the Netherlands with his Association PC, and later experiments with curious line-ups, long improvisation schemes and odd and uneven meters. In addition the percussionist also manifests himself as instrument designer – for a long time he plays an electronic drum-kit of his own making – and as an always inspired accompanist in more mainstream jazz styles, which he continues playing on the side (for instance in the original Rein de Graaff/Dick Vennik Quartet).

1958 - 1960

Courbois, als prille tiener al actief als banjoïst in dixielandformaties, stapt op zijn achttiende definitief over naar het slagwerk en de moderne jazz. Zijn eerste ervaring als drummer doet hij op met de bopgroep van pianist Ton Wijkamp, die net als hij in Arnhem woont. De andere muzikanten daarin zijn net iets ouder en staan de beginnende slagwerker met tips terzijde. Wijkamps kwintet wint in 1960 het Loosdrecht Jazz Concours. Naast een drukke concertpraktijk volgt Courbois een opleiding tot edelsmid. Hij kampt zijn leven lang met een ernstige aandoening aan zijn aders en vaten - de ziekte van Klippel-Trenaunay - maar dat lijkt zijn inzet niet te temperen.

1961 - 1968

Courbois zet in 1961 zijn eerste vernieuwende stappen als oprichter en leider van Nederlands eerste vrij improviserende band. De groep heet aanvankelijk het (Original) Dutch Free Jazz Quartet en wordt in 1965 omgedoopt tot Free Music Quartet, omdat zelfs de term 'jazz' al te veel beperkingen zou impliceren. Soms komt er nog een man bij en ontstaat dus een kwintet. Later zal Courbois bij herhaling verklaren dat het totale verbod op melodie, akkoorden en vast temnpo hem juist enorm beperkte in zijn improvisaties. De piepjonge Boy Raaymakers - later een van de vaste trompettisten van Willem Breuker - speelt mee in een van de vele bezettingen. Courbois is ook betrokken bij de experimenten van Willem Breuker, die opschudding veroorzaken tijdens het Loosdrecht Jazz Concours 1966. Later dat jaar speelt hij mee op alle stukken van Breukers LP-debuut Contemporary Jazz From Holland. Daarnaast is Courbois al sinds eind 1963 de vaste drummer in de groepen van vibrafonist-fluitist-basklarinettist Gunter Hampel, een der pioniers van de freejazz in Duitsland. Hij doet mee op Hampels plaatdebuut Heartplants (1965, voor het Duitse label Saba/MPS). Na verloop van tijd bestaat het Gunter Hampel-kwartet, behalve de leider, uit louter Nederlanders: Courbois, Willem Breuker en bassist Piet Hein Veening. In die bezetting nemen ze in december 1966 de LP Music From Europe op, voor het roemruchte Amerikaanse avant-garde-label ESP.

1969 - 1975

Ook in deze jaren weet Courbois nieuw talent te rekruteren, zoals toetsenman Jasper van 't Hof, die aanschuift in Association PC, Courbois' baanbrekende fusion-formatie. De rockjazz-vernieuwingen van Miles Davis, zoals te vinden op diens album Bitches Brew, moeten dan nog op de plaat verschijnen. De groep - waarin Courbois op het laatst de enige Nederlandse muzikant is - doet het goed op de internationale podia. De ontvangst door de recensenten van de Randstedelijke pers is gereserveerd. Courbois, in een interview met Jeroen de Valk in Het Parool (december 1999): 'Opmerkelijk, want we speelden aanvankelijk een elektronisch soort freejazz. De rockritmes kwamen pas later. We hebben in de jaren zeventig dan ook zo ongeveer óveral opgetreden, behalve in Nederland.'

1976 - 1991

De voormalige edelsmid Courbois, altijd al in de weer met zijn gereedschapskist, voorziet zijn slagwerk van allerlei elektronische snufjes. Hij geeft daarmee soloconcerten, die niet zelden worden verstoord doordat de zelfontworpen effectapparatuur af en toe een eigen richting kiest. Tussen 1976 en 1982 geeft hij zo'n vijfhonderd schoolconcerten, soms wel drie op een dag. 's Avonds is hij op pad met zijn New Association, een akoestisch gezelschap met bijzondere bezettingen (veelal viool, vibrafoon, contrabas en drums). De opmerkelijke instrumentatie verbloemt dat Courbois is teruggekeerd naar de akoestische jazz. De elektronica verdwijnt onder zijn bed, om er niet meer vandaan te komen. Hij is enige tijd de vaste drummer van pianist Loek Dikker, die vooral optreedt in een basloos trio met verder alleen rietblazer Leo van Oostrom.

1992 - 2010

Na allerlei experimenten met instrumenten keert Courbois terug naar de klassieke hardbopbezetting: trompet, tenorsax, piano, bas, drums. Want niets klinkt mooier, besluit hij. Hij stort zich in toenemende mate op het componeren; daarbij legt hij eerst de nadruk op lange improvisatieschema's - 'extended form', zeggen Charles Mingus-kenners - en later op afwijkende maatsoorten. Hij omringt zich net als Miles Davis weer met muzikanten die een generatie jonger zijn; een van hen is bassist Egon Kracht, die hij ziet op het concours van het Middelsee Jazztreffen en meteen om zijn telefoonnummer vraagt. Nog meer in het oog springt Courbois' plotselinge voorkeur voor de vijfkwartsmaat. Zijn Vijfkwarts Sextet speelt uitsluitend in die ongebruikelijke maatsoort. Incidenteel wordt zijn groep uitgebreid tot een dubbelkwintet. Zijn muzikanten prijzen zijn empathische begeleiding, zijn vermogen losjes te swingen in diverse maatsoorten en zijn brushes-techniek. Courbois kreeg die onder de knie toen hij als jonge muzikant in Parijs werkte, waar Kenny Clarke bij de repetities 's middags wel eens genegen was jongere collega's tips te geven. Na enkele karige jaren zorgt de toekenning van de Boy Edgar Prijs in 2008 voor een opleving in de belangstelling voor de altijd moeilijk te classificeren slagwerker.