all works

30 works in Donemus catalogue

popular works

12 vocalises

Genre: Vocal music
Subgenre: Voice solo; Voice and piano; Voice and instrument(s)
Instruments: voice solo ; voice pf ; voice perc pf ; voice vc ; 4voices

Prelude, interlude and postlude : for two pianos, (1969-1971) / Piet Ketting

Genre: Chamber music
Subgenre: Piano
Instruments: 2pf

Fuga per pianoforte : (1934) / Piet Ketting

Genre: Chamber music
Subgenre: Piano
Instruments: pf

latest edition

Fuga per pianoforte : (1934) / Piet Ketting

Genre: Chamber music
Subgenre: Piano
Instruments: pf

 

composer

Ketting, Piet

Nationality: Netherlands
Date of birth: 1904-11-29
Date of death: 1984-05-25

Piet Ketting composed mostly instrumental music, with chamber music playing a key role in his oeuvre. Many of his pieces were commissioned, by for example the Ministry of Culture, BUMA Cultural Fund, Amsterdam Fund for the Arts, Federation of Netherlands Choral Unions and the Netherlands Radio Wind Ensemble. Influenced by Willem Pijper, his music was initially characterized by forceful rhythms and complex polymetric writing. From 1935, melody played a larger role and his work became moreover increasingly contrapuntal. Ketting was also active as a performer. He conducted various choirs and appeared as a pianist, principally as an interpreter of contemporary music. He introduced much new music in the Netherlands. With the Feltkamp-Ketting-Stotijn trio, he toured Asia and South America. He also wrote music reviews for the NRC, Rotterdams Nieuwsblad and Telegraph newspapers.

1922 - 1926

Piet Ketting (29 november 1904, Haarlem) studeert aan het Toonkunst Conservatorium in Utrecht onder leiding van dirigent Anton Averkamp.

1926 - 1932

Na voltooiing van zijn opleiding in Utrecht vervolgt Piet Ketting zijn studie bij enkele andere docenten: hij studeert compositie bij Willem Pijper, zang en koordirectie bij Jan Dekker en orkestratie bij Evert Cornelis.

1930 - 1931

Piet Ketting wordt aangesteld als hoofdleraar voor theoretische vakken, koordirectie, compositie en koorklassen aan het Toonkunst Conservatorium te Rotterdam. De 'Eerste Symphonie' (1929) gaat in juni 1931 in Utrecht in première onder leiding van Evert Cornelis.

1936

Speciaal voor het trio dat hij als pianist samen met Johan Feltkamp (fluit) en Jaap Stotijn (hobo) vormt schrijft Ketting zijn 'Sonate voor fluit, hobo en piano'. Het trio treedt veelvuldig in het buitenland op.

1941

In de Symphonia-Reeks van de Amsterdamse uitgever H.J.W.Becht - 'Een serie bijdragen tot de kennis der Muziekgeschiedenis' - publiceert Piet Ketting onder de titel 'Claude-Achille Debussy' een kleine biografie van de Franse componist.

1946 - 1949

Piet Ketting is directeur van het Amsterdams Muzieklyceum. Hierna wordt hij benoemd tot dirigent van het Rotterdams Kamerorkest, en geeft hij leiding aan het Rotterdams Kamerkoor.

1957 - 1959

Na zijn afscheid als hoofdleraar aan het Toonkunst Conservatorium te Rotterdam leidt Ketting tijdens drie achtereenvolgende jaren de dirigentencursussen in Rotterdam.

1966

In Rotterdam publiceert Piet Ketting 'Vondels De Getrouwe Haagdis, gecomponeerd en gezien in het licht der dramaturgie (In memoriam Balthazar Verhagen)', een verhandeling bij zijn vierstemmige vrouwenkoor a cappella 'De Getrouwe Haagdis'.

1970

Piet Ketting componeert 'Verba quellarum' in opdracht van het Internationale Koorfestival Scheveningen.

1973

De compositie 'Vier gedichten van M. Nijhoff' (1935), voor mezzosopraan en kamerorkest, wordt bekroond met de Visser Neerlandiaprijs.

1976

Voor 'Preludium, Interludium e Postludium per due pianoforti' (1971) ontvangt Piet Ketting de Willem Pijperprijs van de Johan Wagenaarstichting. Net als sommige andere van zijn composities reflecteert 'Tema con sei variazioni in modo cabalistico' (1976) de uitgebreide studie die Piet Ketting verricht naar getalssymboliek in de muziek van Johann Sebastian Bach.

1984

Op 25 mei overlijdt Piet Ketting in Rotterdam.

2008

In het archief van het Nederlands Muziek Instituut treft men een vroeg werk van Piet Ketting aan: de 'Eerste sonate voor cello en piano' (1928). Tijdens de tweede editie van de Amsterdamse Cello Biënnale voeren Frans van Ruth (piano) en Doris Hochscheid (cello) het werk voor het eerst in tachtig jaar uit.