all works

2 works in Donemus catalogue

popular works

Sei sinfonie : opus 1, [basso continuo-uitwerking: Gerard Dekker, Sinfonie II / Christia(a)n Ernst Gra(a)f, [eindredactie: Dick van Heuvel]

Genre: Orchestra
Subgenre: String orchestra
Instruments: str bc

Der Tod Jesu : oratorio / Christian Ernst Graaf

Genre: Orchestra
Subgenre: Mixed choir and large ensemble
Instruments: sopr alt ten bas 2fl 2vl vla cb

latest edition

Der Tod Jesu : oratorio / Christian Ernst Graaf

Genre: Orchestra
Subgenre: Mixed choir and large ensemble
Instruments: sopr alt ten bas 2fl 2vl vla cb

 

composer

Graaf, Christian Ernst

Synonym: Graaf, Christian Ernst
Nationality: Germany
Date of birth: 1723-06-30
Date of death: 1804-07-17

Graaf, as he was known after becoming a Dutch citizen, held the most important music post in the Dutch Republic of the second half of the eighteenth century: he was the kapellmeister of stadtholder Willem V. His music shows a stylistic development from late-Baroque characteristics to a more classicistic, galant style. Though a fair amount of his work was published, it is likely, considering his position, that he wrote much more. It is only possible to reconstruct but a rough outline of his life. Graf composes instrumental music in particular – chamber works, such as string quartets, trios and quintets, and symphonies. His best-known vocal works include 'Laat ons juichen, Batavieren!' [Let us rejoice, Batavians!] (1776) and the oratorio 'Der Tod Jesu' (1802).

1723

Christian Ernst Graf wordt op 30 juni geboren te Rudolstadt, waar zijn vader zijn brood verdiende als violist, pedagoog, componist en kapelmeester van de hofkapel van Schwarzburg-Rudolstad. De jonge Christian Graf krijgt, naar wordt aangenomen, de eerste muzieklessen van zijn vader Johann Graf.

1748 - 1750

Graf, intussen 'Cammer Musicus' in zijn geboorteplaats, reist tijdens een verlof naar de Nederlanden en kiest daar domicilie, waarschijnlijk tegen de wil van zijn broodheer in en met achterlating van grote schulden. Pogingen in Rudolstadt een positie te verwerven mislukken. Via (mogelijk) Waalwijk en Amsterdam - waar hij emplooi vindt als 'dansmeester' - belandt Graf omstreeks 1750 in Middelburg, waar hij de leiding krijgt over het plaatselijke Collegium Musicum. Met Graf als dirigent verbetert de kwaliteit van het collegium substantieel, wat het stadsbestuur doet besluiten hen een concertzaaltje toe te wijzen. In Middelburg ontstaat naar alle waarschijnlijkheid zijn eerste gedrukte opusnummer, 'Sei sinfonie a violino primo, secundo, viola, e basso' (ca. 1756), in ieder geval is het werk aan het Middelburgse collegium opgedragen.

1754

Graf bevindt zich nu in Den Haag, als hofcomponist van Anna van Hannover, de weduwe van stadhouder Willem IV.

1759

Graf treedt in dienst als 'Muziek Compositeur aen het Hof van S.D.H. den Heere Prince van Oranje', ofwel Willem V, dan pas 11 jaar oud. Tevens wordt hij lid van de hofkapel, waarvan hij later - wellicht bij diens installatie in 1766 - kapelmeester wordt. In deze functie componeert hij voor de wekelijkse hofconcerten (gelegenheids) orkest- en kamermuziekwerken.

1764

Graf vernederlandst zijn naam tot Graaf.

1766

Tijdens zijn verblijf in de Nederlanden componeert de jonge Mozart zijn variaties KV 24 op Graafs lied 'Laat ons juichen, Batavieren!' (1766), geschreven ter gelegenheid van de inhuldiging van Willem V als stadhouder. In de periode hierop volgend componeert hij een aantal opzienbarende kamermuziekwerken, waaronder twee bundels met strijkkwartetten (1776 resp. 1777 uitgegeven, een toen nog jong genre), een concert voor zes pauken en een vioolduo voor twee spelers op één viool: 'Duo économique pour un violon à deux mains et deux archets' (beide zonder jaartal).

1782

Graaf publiceert een muziektheoretische handleiding over de basso-continuopraktijk 'Proeve over de natuur der harmonie in de generaal bas, benevens een onderricht eener korte en regelmaatige becyffering'.

1790

Graaf gaat met pensioen en wordt opgevolgd door de violist Jean Malherbe.

1804

Graaf overlijdt op 17 juli in Den Haag aan een 'slijmberoerte'. Begraven wordt hij in de Grote Kerk.