all works

84 works in Donemus catalogue

popular works

Caprichos : bass clarinet, tape, 1974 / Will Eisma

Genre: Chamber music
Subgenre: Clarinet; Electronics with different instruments; Clarinet with electronics
Instruments: cl-b tape

Affairs II : for recorder (piccolo) and harpsichord, 1963 / Will Eisma

Genre: Chamber music
Subgenre: Mixed ensemble (2-11 players); Flute and keyboard instrument; Recorder and keyboard instrument
Instruments: rec-so cemb

Spijkerboor : for ensemble, 2002 / Will Eisma

Genre: Orchestra
Subgenre: Large ensemble (12 or more players)
Instruments: 2010 2sax 1121 perc g g-b pf

latest edition

Alagoa : String Quartet Nº 6 / Will Eisma

Genre: Chamber music
Subgenre: String Quartet (2 violins, viola, cello)
Instruments: 2vl vla vc

 

composer

Eisma, Will

Nationality: Netherlands
Date of birth: 1929-05-13
Website: Officiële website

Will Eisma was born on May 13, 1929 at Sungailiat (Indonesia).
In 1946 Eisma came to The Netherlands. From 1948 to 1953 he studied violin with Jewsey Wulf and Oscar Back at the Rotterdam Conservatory and counterpoint and composition with George Stam and Kees van Baaren at the Royal Conservatory in The Hague. He continued his studies abroad with André Gertler (violin) and Goffredo Petrassi at the Academia of Santa Cecilia in Rome, where he was awarded his MA in composition in 1961. Later he studied electronic music at the Institute for Sonology in Utrecht with Gottfried Koenig and Frits Weiland.
As a violinist he has appeared as a soloist, mainly as a performer of contemporary music. He was a member of the Italian string ensemble Societé Corelli, with which he toured in India, Australia, New Zealand, Singapore, Japan, the United States, Canada, France and Germany. He worked in the Studio of Sonology in Utrecht, at NTSU in Denton (Texas 1972), at the State University of N.Y. in Albany and in the studio of Radio Hilversum. From 1973 he was director of Studio Five Roses and his electro-instrumental group I.C.E. Since 1981 he is a member of the Composers Forum in New York.
As of 1950 his compositions display a rhythmically modern style, influenced by Bartók and Stravinsky. A change in style became evident in his compositions dating after 1956. Both technically in composition as well as the content of the works began to show a more or less a serial-like language. Since 1961 Eisma has concentrated on electronic music composition recorded on tape. As from 1963 his interest was directed to more graphically notated scores. Archipel (1964) was the topic of a doctoral study by Paul Kuik: The role of tonal color in post-war string quartet compositions (University of Amsterdam, December 1984). During his youth in Indonesia, Eisma was several times in contact with gamelan music. In 1977 he was asked to compose a work for the pelog gamelan of the Municipal Museum in The Hague: Liwing for gamelan and tape. The large number of compositions written for children and amateur musicians should not be left unmentioned.
Concertpiece for violin and orchestra was awarded the Bela Bartok Prize of the Indiana University at Bloomington (USA) and Sonatine for flute won the Visser Neerlandia Prijs 1963. In 1972 Eisma received the ISCM Prize in Rome for the electronic composition Newsreel sunday. In 1976 he was awarded the Culture Prize of the city of Hilversum.

1942

Op 7-jarige leeftijd begint Will Eisma (13 mei 1929, Soengailiat (Bangka, Indonesië) met vioollessen, eerst van zijn vader, later van een Indonesisch leraar. Zijn eerste composities, voor of met viool, ontstaan in het Japanse interneringskamp te Bandoeng.

1946 - 1952

Na de oorlog studeert Eisma viool aan het Conservatorium in Rotterdam bij Jewsey Wulf en Oskar Back. Ook volgt hij compositielessen bij George Stam en Kees van Baaren.

1955 - 1959

Eisma's composities vertonen een ritmisch moderne stijl, beïnvloed door Béla Bartók en Igor Stravinsky, zoals bijvoorbeeld de 'Concertante Muziek' voor orkest (1957), waarvan de eerste uitvoering door Eduard Flipse in 1959 wordt gegeven te Rotterdam. In 1958 wordt zijn 'Concertstuk' voor viool en piano (1956) onderscheiden met de Béla Bartók Prijs (Bloomington, USA).

1959 - 1961

Door zijn contact met de Gaudeamus-componistenkring in Bilthoven neigt Eisma's componeren steeds meer naar het serialisme. Bij Goffredo Petrassi in Rome zet Eisma zijn compositiestudie voort. Hij behaalt daar het Diploma di Studi Superiori di perfezionamento met 'Concerto per due violini' (1961).

1963 - 1965

De 'Sonatine' voor fluit (1959) krijgt de Visser Neerlandia Prijs. Eisma ontwikkelt een voorkeur voor grafisch genoteerde partituren. De partituur van 'Non-Lecture' (1965) is een tekening die door één strijker of blazer (of een combinatie daarvan) naar eigen inzicht geïnterpreteerd kan worden.

1967 - 1970

Eisma legt zich intensiever toe op elektronische muziek. Zijn eerste verkenning daarvan is 'Bth.3457' (1963), een stuk dat tot stand komt in de Gaudeamusstudio in Bilthoven. Aleatoriek (het gebruik van toevalselementen) gaat een steeds belangrijker rol spelen, zoals blijkt uit 'Hot powdery stones' (1968) voor blokfluitsolo en 'Gezang XXIII' (1970) voor viool en slagwerk. In de Studio Sonologie te Utrecht zijn de leermeesters van Eisma Gottfried Michael Koenig en Frits Weiland. De composities die hier ontstaan zijn 'Elaborated Relaxation' (1967), 'Stripped of outer string quotes' (1969) voor viool en tape, 'Newsreel Sunday', 'Newsreel Tuesday' en 'Newsreel Saturday' (1969).

1972

Eisma werkt op uitnodiging in de elektronische studio van North Texas State University in Denton. De compositie 'Newsreel Sunday' (1969) wordt onderscheiden met een Honorable Mention op het concours voor elektronische muziek van de SIMC te Rome. Hier experimenteert hij - na composities met louter elektronisch geproduceerd geluid - met de combinatie van elektronica en traditionele instrumenten

1973

Will Eisma richt zijn eigen studio 'Five Roses' op. Met en voor de groep ICÉ (Electro Instrumental Group) componeert hij diverse werken met veel ruimte voor live elektronica. Eisma's muziek wordt daardoor spontaner: het strenge serialisme van de eerdere werken maakt plaats voor improvisatorische en aleatorische elementen.

1974

Eisma werkt op uitnodiging van Joel Chadabe in zijn SUNY Studio te Albany (N.Y.). Resultaten daarvan zijn onder meer 'Moogly for Joel' en 'Wormstekige Appels', beide voor 4-sporen tape.

1976

Met Willy Reeser werkt Eisma aan een vioolmethode voor groepsonderwijs ('Haren op Snaren') onder het pseudoniem William Feadler. Hij componeert voor deze methode duo's en trio's. Bovendien maakt hij veel bewerkingen van diverse klassieke melodieën en volksmuziek. Will Eisma ontvangt de Cultuurprijs van de Gemeente Hilversum.

1977

Onno Mensink, conservator van de muziekafdeling van het Gemeente Museum in Den Haag, vraagt Eisma een werk te schrijven voor de pelog gamelan van het museum. Dat resulteert in de compositie 'Liwung' voor gamelan en tape.

1984

Aan Eisma's compositie 'Archipel' (1964) wijdt musicologiestudent Paul Kuik een doctoraalstudie: 'De rol van de klankkleur in enkele na-oorlogse strijkkwartet-composities' (Universiteit van Amsterdam).

1996 - 2000

Ensemble Gending speelt diverse gamelancomposities van Will Eisma. De Japanse groep Marga Sari zet Eisma's eerste gamelanstuk 'Liwung' (1977) op haar repertoire en voert het werk uit in Jakarta, Bandung, Yogya, Kobe, Osaka en Kyoto. Marga Sari vraagt Eisma een nieuw werk voor de groep te componeren. Het resultaat, 'Uguisu' voor pelog gamelan en tape, wordt in juli 2000 in Tokio ten doop gehouden.

2004

Cafe Sonore, een radioprogramma van de VPRO, wijdt een uitzending aan Will Eisma ter ere van diens 75ste verjaardag.

2005 - 2009

Ensemble Calefax speelt Eisma's werk 'Upstream' (2004) bij de opening van het Muziekgebouw aan 't IJ in Amsterdam op 1 mei 2005. In mei 2009 brengt het Aurelia Saxofoon Kwartet 'Lazulite' (2006) in première in hetzelfde Muziekgebouw.